buitenlocaties van het Emsland Moormuseum in Naturpark

buitenlocaties van het Emsland Moormuseum in Naturpark

De buitenlocaties van het Emsland Moormuseum in Naturpark Moor-Veenland laten zien hoe lastig het is om stukken oorspronkelijk veen of ontgonnen en hervernatte veengebieden als (veen)landschap te behouden. Vanaf een uitzichtsplatform in natuurgebied Geestmoor (NSG WE 269) kijkt u uit over een volledig bewaard gebleven hoogveengebied. Dit gebied werd in de jaren 1950 ontwaterd en op de turfwinning voorbereid, maar in de jaren 1980 is het op grond van nieuwe veenbeschermingswetgeving alsnog bestemd tot natuurgebied. De in het in totaal 260 ha grote hoogveenreservaat liggende, ca. 100 ha grote restanten levend veen werden in 2005 weer vernat. Tegenwoordig is het een wisselend vochtig hoogveen. Er zijn stukken met berken en populieren en grote delen met pijpenstrootje, natte stukken met veenmos en delen die matig nat zijn. De uitkijkheuvel van het Emsland

buitenterrein

buitenterrein

Het buitenterrein van het Emsland Moormuseum is een aantrekkelijk gebied van 30 ha. U vindt er akkerbouw en veeteelt, bosjes en hersteld hoogveen. Het gebied wordt ontsloten door gemaaide paden, vlonderpaden en het ca. 3 km lange Feldbahntracé. In het hoogveengebied komt u op meerdere informatiepunten meer te weten over flora en fauna van het veen, natuurherstel van de veengebieden en het belang van het veen voor het klimaat. Naast het entreegedeelte ligt de boerderij met stallen, een boerentuin en bedreigde huisdierrassen. De boerderij is door de “Gesellschaft bedrohter Haustierrassen” als Archehof erkend. Hier vindt u het Bentheimer landschaap, het Bonte Bentheimer varken, de Westfaalse doodlegger (een kippenras) en de Diepholzer gans. Op het westelijke buitenterrein van het Moormuseum bevindt zich een eenvoudig, dubbel vakwerkhuis uit begin negentiende eeuw; kenmerkend voor de tweede generatie veenbewoners. Uit oude vakwerkbalken van gesloopte boerderijen elders uit de regio werd een ‘nieuwe’, eenvoudige boerderij opgetrokken. Bij het gebouw horen een boekweitveld, turfkuil en bijenstal. Als het weer het toelaat, rijdt de Feldbahn in de periode begin mei tot eind oktober, dinsdag t/m zaterdag om 11.30, 14.30 en 16.00 uur, en op zon- en feestdagen om 11.00, 13.00, 14.00, 15.00 en 16.00 uur.

tweede tentoonstellingshal

tweede tentoonstellingshal

In juni 2010 kon een tweede tentoonstellingshal op het terrein van het Emsland Moormuseum worden geopend. De hal is rolstoeltoegankelijk; alle niveaus kunnen met een lift worden bereikt. De hal heeft een tentoonstellingsoppervlak van 1600 m² en is voorzien van klimaatregeling. Centrale objecten in de hal zijn een aantal imposante machines van de Firma W. Ottomeyer: de stoomploeg “Mammut”, twee locomobielen en een bemanningswagen. De tentoonstelling, die meerdere verdiepingen beslaat, laat de bezoekers kennismaken met de geschiedenis van het zo genoemde “Emslandplan”, een programma voor ruimtelijke ordening uit de jaren 1950 en 1960 van ongekende omvang. Daarnaast kunt u op de bovenverdiepingen kennismaken met de geschiedenis van de turfindustrie sinds de Tweede Wereldoorlog en de geschiedenis van de veenbescherming en het veenonderzoek. De hal beschikt ook over een 400 m² grote ruimte voor wisselende tentoonstellingen.

Entreehal

Entreehal

Het entreehal is de ruimte waar de bezoekers binnenkomen. Hier vindt u de kassa, het informatiepunt en de shop. De hal is in 1982 gebouwd. In 2005 en 2006 zijn de tentoonstellingshal en de permanente expositie volledig opnieuw ingericht, voorzien van klimaatregeling en gemoderniseerd. Speerpunt hierbij was de rolstoeltoegankelijkheid van alle tentoonstellingsruimten. In de tentoonstellingshal geïntegreerd is een bioscoop voor zo’n zestig bezoekers, die ook voor lezingen te gebruiken is, en de bibliotheek van het museum. In de 800 m² grote permanente expositie staat de ontginning van de veen in Emsland in de achttiende en negentiende eeuw centraal. U komt meer te weten over de werk- en leefomstandigheden van de bewoners, economische en socio-culturele structuren en de ontwikkeling van de turfwinning tot aan het begin van de industriële turfwinning begin vorige eeuw. Op de begane grond is behalve voor de geschiedenis ook ruimte gemaakt voor de flora en fauna van de veengebieden.

X